All fields are required.

Close Appointment form

Artuvetrin® Therapie

  • Home
  • Artuvetrin® Therapie

Allergeen-specifieke immunotherapie

De gedachte achter een behandeling van een allergische hond middels een allergeenspecifieke immunotherapie (hyposensibilisatie) is dat de hond langzaam minder of zelfs ongevoelig gemaakt wordt voor de allergenen waar hij of zij allergisch voor is. Om dit te bereiken wordt een therapie samengesteld waarin alleen die allergenen zitten waar de hond allergisch voor is.

Welke honden komen voor een Artuvetrin® Therapie in aanmerking?
In principe komen voor allergeen specifieke immunotherapie, zoals ‘Artuvetrin® Therapie’, honden in aanmerking die tenminste drie maanden per jaar symptomen hebben. De behandeling zorgt ervoor dat de aandoening onder controle wordt gehouden en de symptomen sterk verminderd worden.

Voordelen immunotherapie van ArtuVet:

  • Effectief3,5,6
  • Veilig4
  • Geregistreede therapie*
  • Levering binnen 10 werkdagen
  • Causale behandeling
  • Identieke allergenen voor de allergietesten en therapieën
  • 1 flacon Artuvetrin® is goed voor een behandeling van 10 maanden
  • 1 flacon, 1 concentratie, gemakkelijk in gebruik

3 Willemse. Tijdschr. Diergeneesk. Deel 129 (2004) 402-408
4 Griffin, et. al. Vet. Immunol. Path 81 (2001) 363-383
5 Tarpataki, et. al. Hun. Vet. J. 126 (2004) 545-552
6 International Task Force on Canine Atopic Dermatitis. 2010 clinical practice guidelines for the treatment of canine atopic dermatitis. Vet Derm. 21 (2010): 301-308
* geregistreerd in Nederland.

Samenstelling en eigenschappen

Afhankelijk van de bevindingen met de Artuvetrin® Serum Test of de Artuvetrin® Huid Test kunnen de preparaten worden samengesteld uit 1 tot 8 allergenen of allergeenmengsels per flacon. Om een goede effectifiteit voor de immunotherapie te verkrijgen is een bepaalde concentratie allergenen vereist. Om deze te bereiken worden er in de Artuvetrin® Therapie niet meer dan 8 allergenen per flacon opgenomen. Iedere Artuvetrin® Therapie wordt magistraal, en op voorschrift van de dierenarts, bereid en is bestemd voor de behandeling van één individuele patiënt. Elke flacon bevat 10 ml.

Bijwerkingen

Allergeenspecifieke immunotherapie kent nagenoeg geen bijwerkingen en kan daardoor zonder problemen langdurig gegeven worden1.

Een geringe toename van pruritus kan worden waargenomen na de allergeen injectie.
In zeldzame gevallen kan een anafylactische shock optreden na een injectie met allergenen met symptomen zoals lethargie, oedeem aan de kop, pruritus, dyspneu, braken diarree of neervallen. In een dergelijk geval is intraveneuze behandeling met 1-5 ml (op effect, langzaam injecteren) van een adrenaline oplossing (1:1000) geïndiceerd.

Het effect van een behandeling is te beoordelen aan verbetering van het klinisch beeld. Meestal treedt enkele maanden na de start van de behandeling een verbetering van het klinisch beeld op.

Gelicenceerd in Europa en daarom eerste keus

Artuvetrin® is de enige geregistreerde allergeen-specifieke immunotherapie in Europa*.
Onder de Europese diergeneesmiddelen regelgeving (directive 2004/28/EC) is Artuvetrin daarom de eerste keus.

* Geregistreerd in Nederland.

Resultaat van de behandeling

Het percentage honden dat goed reageert op de behandeling met Artuvetrin® Therapie bedraagt ongeveer 75%1. Het duurt enige tijd voordat het resultaat van de behandeling merkbaar wordt. Pas als acht tot negen maanden na de start van de behandeling geen enkel resultaat merkbaar is, wordt aangeraden de behandeling te stoppen en de hond opnieuw te onderzoeken.

1 Willemse. Tijdschr. Diergeneesk. Deel 129 (2004) 402-408

%
Resultaat behandeling


Veelgestelde vragen



Wanneer gestart wordt met immunotherapie is het noodzakelijk dat de huid rustig is en blijft. Hiervoor is symptomatische medicatie vaak noodzakelijk. Gemiddeld zal de therapie pas na 5 à 6 maanden de eerste merkbare verbetering laten zien. Ons advies is om de symptomatische medicatie zo veel mogelijk af te bouwen tijdens de eerste maanden van de immunotherapie. Orale of lokale toediening heeft de voorkeur boven parenterale toediening.


Om het dier langzaam aan de allergenen te laten wennen wordt met een lage dosering begonnen en deze wordt langzaam verhoogd. De periode tussen de injecties wordt langer in de loop van de therapie, oplopend van 2 weken tussen de injecties in het begin tot een tussenperiode van 4 weken later in het schema. De eerste injectie bevat 0,2 ml 2 weken later wordt 0,4 ml geïnjecteerd. Na 2 weken wordt er 0,6 ml geïnjecteerd, vervolgens wordt nog 1 keer na 2 weken 0,8 ml gegeven. Na deze injectie wordt 3 weken later 1,0 ml gegeven. Nog eenmaal wordt deze injectie herhaald na een interval van 3 weken. Vervolgens begint de onderhoudstherapie met 1 keer in de 4 weken 1,0 ml injecteren.

Advies schema Dosering
Week 1 0.2 ml
2 weken later (Week 3) 0.4 ml
2 weken later (Week 5) 0.6 ml
2 weken later (Week 7) 0.8 ml
3 weken later (Week 10) 1.0 ml
3 weken later (Week 13) 1.0 ml
4 weken later (Week 17) 1.0 ml
4 weken later (Week 21) 1.0 ml
4 weken later (Week 25) 1.0 ml

Vervolgens schema vervolgen met 1.0 ml 1x in de 4 weken.


De individuele gevoeligheid van een hond kan het mogelijk, of soms zelfs noodzakelijk, maken van het standaard doseringsschema af te wijken. Het doseringsinterval kan op de individuele patiënt aangepast worden. Er zijn honden die beter reageren op bijvoorbeeld 2x 0,5 ml per maand dan 1x 1,0 ml per maand. Wij overleggen graag met u over de individuele patiënt en zijn of haar ideale behandelschema.


Uit onderzoek is gebleken dat 75% van de honden een verbetering laat zien bij hyposensibilisatie1. Deze verbetering is gedefinieerd als een klinische verbetering van 50% of meer. Ook verbetering in het klinisch beeld zonder 100% reductie van de klachten is een goed resultaat. Bij een verbetering op basis van de hyposensibilisatie zal dit leiden tot een vermindering van symptomatische medicatie op langere termijn en de kans op bijwerkingen ten gevolge van de symptomatica doen verkleinen.

1 Willemse. Tijdschr. Diergeneesk. Deel 129 (2004) 402-408


Net als symptomatische medicatie is allergeenspecifieke immunotherapie (Artuvetrin®Therapie) een levenslange therapie. Gemiddeld zal de therapie na 5 à 6 maanden de eerste merkbare verbetering laten zien. Wanneer na 8- 9 maanden geen enkel effect is geconstateerd is de kans dat de patiënt nog zal verbeteren zeer klein en kan gestopt worden met de therapie. Voordat er gestopt wordt met de therapie raden wij aan te overwegen of een alternatief doseerschema mogelijk een verbetering kan geven (zie de vraag: Kan afgeweken worden van het standaard doseringsschema?). Daarnaast verdient het de aanbeveling om na te gaan of er sprake kan zijn van verandering van causale allergenen. Uiteraard kunt u altijd contact opnemen met ArtuVet om een individuele situatie aan ons voor te leggen.

Gedurende de tijd neemt de sterkte van de allergenen iets af. Wanneer er met een nieuwe flacon wordt gestart kan de allergeniciteit van de allergenen iets sterker zijn. Het is geen probleem om de extra jeuk die dan ontstaat te bestrijden met symptomatische medicatie.

Er is beperkte literatuur beschikbaar over het gebruik van immunotherapie bij katten. In 2006 is er een lezing geweest. Hier werd en succes percentage van 60-70% geclaimd. Met betrekking tot het doseringsschema bij katten kan ArtuVet geen adviezen geven (vanwege onze registratiestatus).