All fields are required.

Close Appointment form

Behandelvormen

Nadat via anamnese, klinisch onderzoek en allergietesten is vastgesteld dat er sprake is van atopie en andere oorzaken zijn uitgesloten, kan een aantal behandelingsmogelijkheden worden overwogen.

Eliminatie van allergenen

Met het elimineren van allergenen wordt bedoeld, dat het contact met de allergenen volledig wordt vermeden. Deze methode leidt het snelst tot resultaat, maar zal vaak niet mogelijk zijn; zeker als er sprake is van overgevoeligheid voor meerdere antigenen of van bijvoorbeeld een overgevoeligheid voor gras en/of boompollen of huisstofmijt.

Symptomatische behandeling

Symptomatische medicatie verlicht redelijk snel de allergische klachten waarvan de patient last heeft, maar voor een beperkte tijdsduur. Helaas vertonen de meeste symptomatica nogal wat nadelen, zeker als ze – zoals bij atopie – in principe levenslang moeten worden toegediend. Daarom is het verstandig deze medicijnen slechts gedurende een korte tijd te geven.

Corticosteroïden, cyclosporinen of antihistaminica

Antihistaminica hebben een geringe werkzaamheid bij honden (10-15% effectiviteit). Een behandeling met corticosteroïden en cyclosporine is heel geschikt om de allergie te onderdrukken. Helaas vertonen ontstekingsremmers nogal wat nadelen, zeker als ze – zoals bij atopie – in principe levenslang moeten worden toegediend.

Deze therapie verdient wel de voorkeur bij de volgende categorieën patiënten:

  • Seizoengebonden atopie gedurende enkele maanden per jaar.
  • Dieren verdacht van atopie, maar waarbij de oorzakelijke allergenen niet te identificeren zijn (intrinsieke atopische dermatitis).
Essentiële vetzuren

Het verstrekken van essentiële vetzuren zoals omega 3 en omega 6 vetzuren over het voeder leidt in circa 10% van de gevallen tot een positief resultaat.

Allergeen-specifieke immunotherapie (Artuvetrin® Therapie)

Hierbij wordt getracht de patiënt tolerant te maken voor de causale allergenen, door het dier hiermee te injecteren in toenemende doseringen en in steeds langere intervallen. Allergeenspecifieke immunotherapie (hyposensibilisatie) wordt nodig geacht bij honden die tenminste 3 maanden per jaar atopische verschijnselen vertonen. De eigenaar dient zich te realiseren dat ook dit een levenslange behandeling betreft, waarbij geen volledige genezing optreedt, maar de aandoening onder controle wordt gehouden..

Resultaten

De resultaten van allergeenspecifieke immunotherapie: bij 75% van de behandelde dieren treedt in de tijd een significante verbetering (>50%) van het klinisch beeld op; hierbij wordt er vanuit gegaan dat tegelijkertijd een aanwezige pyodermie (huidontsteking) en/of seborroe (droge vorm van overmatige afscheiding van talg vermengd met huidschilfers) wordt behandeld1.
In principe is er geen beperking aan het aantal allergenen dat kan worden opgenomen in de allergeenspecifieke immunotherapie.
Het aantal allergenen heeft ook geen invloed op de effectiviteit van de allergeen specifieke immunotherapie.

1 Willemse. Tijdschr. Diergeneesk. Deel 129 (2004) 402-408